**1.** De ambtenaar van politie die wegens ziekte of ongeval verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, wordt vrijstelling van dienst wegens ziekte, bedoeld in artikel 44, verleend.
**2.** De aanvankelijke duur van de vrijstelling van dienst wegens ziekte is ten hoogste zes maanden. Deze termijn kan telkens met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
**3.** De duur van de vrijstelling van dienst wegens ziekte, inbegrepen de verlenging daarvan, is ten hoogste vier jaren voor de ambtenaar van politie in vaste dienst en ten hoogste een jaar voor de ambtenaar van politie in tijdelijke dienst.
**4.** Gedurende de vrijstelling van dienst wegens ziekte heeft de ambtenaar van politie aanspraak op een bezoldiging naar reden van:
voor de ambtenaar van politie in vaste dienst:
zijn volle bezoldiging gedurende de eerste vierentwintig maanden;
negentig procent van zijn volle bezoldiging gedurende de daaropvolgende twaalf maanden;
tachtig procent van zijn volle bezoldiging gedurende de resterende maanden.
voor de ambtenaar van politie in tijdelijke dienst: zijn volle bezoldiging
**5.** Tijdens de vrijstelling van dienst wegens ziekte ondergaat de bezoldiging van de ambtenaar van politie dezelfde wijzigingen, welke deze zou ondergaan indien hij niet verhinderd zou zijn om zijn werkzaamheden te verrichten.
**6.** Een opnieuw ingetreden verhindering tot dienstverrichting wegens ziekte of ongeval wordt voor het bepalen van de in het tweede en vierde lid genoemde termijn als een voortzetting van de vorige verhindering aangemerkt, tenzij die verhindering zich voordoet nadat dertig kalenderdagen zijn verstreken sedert de ambtenaar van politie zijn werkzaamheden volledig heeft hervat.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Hoofdstuk VII › § 1
Artikel 64
Artikel 64
Onderdeel van Besluit rechtspositie korps politie BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010