Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 2

Betrouwbaarheid

Onderdeel van Regeling Pensioenwet BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

In deze paragraaf wordt verstaan onder: betrouwbaarheid:het zich onthouden van een of meer gedragingen die naar het oordeel van de Bank in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler als bedoeld in artikel 5a van de wet. gedragingen: een doen of nalaten dat blijk geeft van de afwezigheid van eigenschappen als: waarheidslievendheid; verantwoordelijkheidszin; wetsgetrouwheid; openheid; oprechtheid; prudentie; punctualiteit; onkreukbaarheid; discretie; rechtschapenheid. antecedenten: voornemens, handelingen, en strafrechtelijke-, financiële-, toezichts- en overige antecedenten. De strafrechtelijke-, financiële-, toezichts- en overige antecedenten omvatten de in de bijlage 2 genoemde feiten en omstandigheden. betrokkenen:beleidsbepalers bij onder toezicht staande pensioenfondsen. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel