De toetsing van betrouwbaarheid van de betrokkenen geschiedt om de drie jaar en wanneer de Bank dit noodzakelijk acht, onder meer:
bij wijziging van antecedenten voor afloop van de gestelde periode; en
in geval van een gemeld incident.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede
lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van
de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Paragraaf 2
Artikel 4
Frequentie toetsing
Onderdeel van Regeling Pensioenwet BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010