**1.** Deze Rijkswet kan worden aangehaald als ‘Rijkswet op het Nederlanderschap’. Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Wij kunnen een ander tijdstip vaststellen waarop hoofdstuk 6 in werking treedt.
**2.** De wet van 12 december 1892, Stb. 268, op het Nederlanderschap en het ingezetenschap, wordt ingetrokken.
RRWN: artikel V.2
Geen.
De Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 12 december 1892 (Stb. 268), die na haar totstandkoming vele malen is gewijzigd, is ingetrokken per 1 januari 1985.
De Rijkswet op het Nederlanderschap van 19 december 1984 (Stb. 628), zoals die is gewijzigd bij de Rijkswet van 19 december 1984 (Stb. 629), is ingevolge het koninklijk besluit van 20 december 1984 (Stb. 655) in werking getreden op 1 januari 1985, met uitzondering van hoofdstuk 6. Dat hoofdstuk is ingevolge het koninklijk besluit van 22 augustus 1986 (Stb. 436) in werking getreden op 1 oktober 1986.
De Rijkswet op het Nederlanderschap is ingrijpend gewijzigd bij Rijkswet van 21 december 2000, (Stb. 618) en van 18 april 2002 (Stb. 222). Beide wijzigingswetten zijn in werking getreden op 1 april 2003, met uitzondering van artikel V, tweede lid, RRWN, welke bepaling ingevolge het koninklijk besluit van 21 december 2000 (Stb. 2001, 2) reeds in werking trad op 1 februari 2001. De Rijkswet is opnieuw ingrijpend gewijzigd bij Rijkswet van 27 juni 2008 (Stb. 270) welke bij koninklijk besluit (Stb. .2009, 1) op 1 maart 2009 inwerking is getreden.
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 8 oktober 2010