**1.** Onze Minister is bevoegd een lid of een plaatsvervangend lid van de Sectorale Overlegcommissie BES of de Decentrale Overlegcommissie van deelneming aan het overleg uit te sluiten, indien naar zijn oordeel het dienstbelang dit in verband met zijn werkzaamheden als ambtenaar vordert. De uitsluiting geschiedt niet dan nadat het bestuur van de daarbij betrokken zijnde vakorganisatie over het voornemen daartoe is gehoord, en het advies van de overige leden van de Sectorale Overlegcommissie BES, respectievelijk de Decentrale Overlegcommissie, daarover is ingewonnen. In afwachting van de beslissing neemt het betrokken lid niet of niet meer deel aan het overleg. Na de uitsluiting wijst de desbetreffende vakorganisatie een andere vertegenwoordiger aan als lid of plaatsvervangend lid van de Sectorale Overlegcommissie BES, respectievelijk de Decentrale Overlegcommissie, in de plaats van het uitgesloten lid.
**2.** De bevoegdheid op grond van het eerste lid wordt niet gemandateerd of gedelegeerd aan een functionaris, die direct betrokken is bij het overleg met de Sectorale Overlegcommissie of de Decentrale Overlegcommissie.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Uitsluiting van het overleg
Onderdeel van Besluit overlegstelsel BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010