Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 30

Artikel 31

Artikel 31

Onderdeel van Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Voor de toepassing van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Algemene Verordening I. U. en D. 1908 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘ambtenaren: elke ambtenaar der Invoerrechten en Accijnzen’ ambtenaren: elke ambtenaar die namens de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES, een taak uitoefent b. ‘Inspecteur: de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen’ Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES c. Ontvanger: de Landsontvanger in de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen’ Ontvanger: de ontvanger, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES d. ‘produkten van NederlandsAntilliaanse oorsprong’ producten van oorsprong uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba e. ‘waarin de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen zijn aangewezen als toezichthoudend ambtenaar’ waarin de ambtenaren zijn aangewezen als toezichthoudend ambtenaar f. ‘domicilie op het eiland Curaçao’ domicilie in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba g. ‘1° te water: in het eilandgebied Bonaire: naar de rede van Kralendijk; in het eilandgebied Curaçao: in de haven van Willemstad; in het eilandgebied Saba: in The Bottom; in het eilandgebied Sint Eustatius: in Oranjestad; in het eilandgebied Sint Maarten: in Philipsburg 1° te water: in het openbaar lichaam Bonaire: naar de rede van Kralendijk; in het openbaar lichaam Saba: in The Bottom; in het openbaar lichaam Sint Eustatius: in Oranjestad h. ‘Wanneer de belanghebbende zich bezwaard acht met de uitslag der verificatie der goederen, gelijk mede een ambtenaar zal oordelen dat de rechten van het land zijn verkort’ Wanneer de belanghebbende zich bezwaard acht met de uitslag der verificatie der goederen, gelijk mede een ambtenaar zal oordelen dat de rechten van het Rijk zijn verkort i. ‘Inspecteur, is het verboden magazijnen of nederlagen van goederen te hebben: in het eilandgebied Bonaire buiten Kralendijk; in het eilandgebied Saba buiten The Bottom; in het eilandgebied Sint Eustatius buiten Oranjestad; in het eilandgebied Sint Maarten buiten Philipsburg; in het eilandgebied Curaçao buiten het stadsdistrict’ inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES, is het verboden magazijnen of nederlagen van goederen te hebben: in het openbaar lichaam Bonaire buiten Kralendijk; in het openbaar lichaam Saba buiten The Bottom; in het openbaar lichaam Sint Eustatius buiten Oranjestad j. ‘tot de Nederlandse Antillen behorende eilandgebieden’ openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba k. ‘de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen’ de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES l. bij gebreke waarvan de opbrengst of hetgeen is overgebleven aan het land vervalt. Voor zover de goederen na het verstrijken van die termijn niet zijn verkocht, vervallen de goederen aan het land’ bij gebreke waarvan de opbrengst of hetgeen is overgebleven aan het Rijk vervalt. Voor zover de goederen na het verstrijken van die termijn niet zijn verkocht, vervallen de goederen aan het Rijk m. ‘Directeur van het Departement van Financiën kan de Ontvanger machtigen’ ontvanger, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES kan besluiten n. ‘Het bedrag der invoerrechten en accijnzen, verschuldigd wegens pakketten, wordt niet telkens bij iedere aangifte, maar op bepaalde tijden door de Administratie der Posterijen met de Administratie der Invoerrechten en accijnzen vereffend en aan haar betaald volgens regelen, door de Gouverneur vast te stellen’ Het bedrag der invoerrechten en accijnzen, verschuldigd wegens pakketten, wordt niet telkens bij iedere aangifte, maar op bepaalde tijden door de Post met de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES, vereffend en aan haar betaald volgens regelen, door Onze Minister van Financiën vast te stellen o. ‘De Inspecteur kan vergunning verlenen dat een doorlopende zekerheid wordt gesteld ten belope van tienduizend gulden voor het eilandgebied Curacao en ten belope van een lagere som voor het eilandgebied Bonaire, om te dienen voor alle gevallen waarin met betrekking tot invoerrechten en accijnzen’ De inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES, kan vergunning verlenen dat een doorlopende zekerheid wordt gesteld ten belope van een lagere som dan tienduizend gulden voor het openbaar lichaam Bonaire, om te dienen voor alle gevallen waarin met betrekking tot invoerrechten en accijnzen p. ‘a. betaling aan de Nederlandse Antillen van een geldsom van ten minste honderd gulden en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd; b. afstand van voorwerpen die in beslag genomen zijn en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; c. uitlevering, of voldoening aan de Nederlandse Antillen van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; d. voldoening aan de Nederlandse Antillen van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafrare feit;’ a. betaling aan het Rijk van een geldsom van ten minste honderd gulden en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd; b. afstand van voorwerpen die in beslag genomen zijn en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; c. uitlevering, of voldoening aan het Rijk van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; d. voldoening aan het Rijk van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafrare feit; q. ‘Deze vordering kan worden aangehaald onder de titel van “Algemene Verordening I.U. en D. 1908”.’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Verordening I.U. en D. 1908’. 2. In de overgangsperiode vinden de artikelen 11, eerste lid, 3°, 262 en 263 van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Algemene Verordening I. U. en D. 1908 geen toepassing. Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel