**1.** De artikelen 5, 6, eerste lid, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 en 20 van de in het voormalige land Nederlandse Antillen geldende Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 blijven in aanvulling op de artikelen 13g tot en met 13j van de wet en artikel 31 van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Landsverordening Landsbelastingen gedurende de overgangsperiode van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
**2.** Op de in het eerste lid genoemde artikelen van de in het voormalige land Nederlandse Antillen geldende Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 zijn de artikelen 32 en 33 van overeenkomstige toepassing.
**3.** In aanvulling op het tweede lid wordt voor de in het eerste lid genoemde artikelen van de in het voormalige land Nederlandse Antillen geldende Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 gedurende die overgangsperiode in de tekst van die artikelen onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:
II
III
a.
‘Raad van Beroep’, ‘Raad’
Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in paragraaf 2b van de Wet geldstelsel BES
b.
‘Secretaris’
secretaris, bedoeld in artikel 13i van de Wet geldstelsel BES
c.
‘Voorzitter’
voorzitter, bedoeld in artikel 13h, tweede lid, van de Wet geldstelsel BES
Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Hoofdstuk IV
Artikel 35
Artikel 35
Onderdeel van Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010