**1.** Bij alle gedode slachtvee, voor slachting of verdere slachting bestemd, wordt na de zo volledig mogelijke uitbloeding en, wat het gedode slachtvee betreft, na het intreden van blijvende bewegingsloosheid, onmiddellijk met de slachting of verdere slachting aangevangen, welke zonder onderbreking wordt voortgezet, totdat de toestand voorgeschreven in paragraaf C is bereikt.
**2.** De bepaling ten aanzien van het niet-onderbreken der slachting is niet van toepassing op in nood gedood slachtvee, voor zover dit naar de plaats van slachting moet worden vervoerd.
**3.** Tot de aankomst op de in het vorige lid bedoelde plaats wordt het slachtvee ongedeeld gelaten en wordt daaraan geen enkele slachthandeling verricht, uitgezonderd het openen van borst- en buikholte en het uitnemen van maag en darmen. Deze organen zijn evenwel in ongeschonden toestand bij het slachtvee aanwezig.
**4.** Na aankomst op de plaats, bedoeld in het tweede lid, wordt onmiddellijk met het slachten of het verdere slachten aangevangen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede
lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van
de Nederlandse Antillen in werking
treedt.
Hoofdstuk I › Afdeling II › Paragraaf B
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010