Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I › Afdeling II › Paragraaf C

Artikel 19

Artikel 19

Onderdeel van Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Hart, longen, lever met galblaas, milt, nieren – de laatste geheel losgemaakt uit hun kapsel – en urineblaas, bij mannelijke dieren alle geslachtsorganen en bij vrouwelijke dieren de niet-melkgevende, of kennelijk niet ziekelijk veranderde uier en de baarmoeder, zijn met hun natuurlijke hechtmiddelen en ongeschonden aan het dier bevestigd. Bij nuchtere kalveren, schapen en geiten kan met toestemming van de keuringsdierenarts de urineblaas worden verwijderd. 2. Urine- en galblaas mogen, voordat de keuring heeft plaatsgevonden, niet worden geledigd. 3. Melkgevende of kennelijk ziekelijk veranderde uiers, waarvan de spenen niet mogen zijn verwijderd, worden terstond na onthuiden van het dier gescheiden. 4. Alle bij een slachtdier behorende losse organen en delen worden op aanwijzing van de keuringsdierenarts zo bewaard, dat bij de keuring geen twijfel kan bestaan, bij welk dier deze organen en delen behoren. 5. Bij nuchtere kalveren worden borst- en buikingewanden met inbegrip van maag en darmen zo uit het dier verwijderd, dat onderling verbonden en tezamen door middel van de luchtpijp aan de hals van het dier blijven bevestigd. Maag en darmen van ander slachtvee mogen voor de aanvang der keuring van hun inhoud zijn ontdaan, tenzij de keuringsdierenartsanders heeft bepaald. 6. Indien het slachtvee is gestorven of in nood gedood, mogen maag en darmen voor de aanvang van de keuring niet worden ingesneden of van hun inhoud zijn ontdaan en evenmin van het darmscheil zijn losgemaakt. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel