**1.** Het bepaalde in de paragrafen C en D is niet van toepassing ten aanzien van gestorven of in nood gedood slachtvee dat naar het oordeel van de keuringsdierenarts zonder nader onderzoek kan worden afgekeurd.
**2.** Tenzij de doodsoorzaak of de reden tot doden een zodanige is dat de keuringsdierenarts zonder nader onderzoek van oordeel is dat er geen sprake is van een besmettelijke veeziekte, waarop enig wettelijk voorschrift van toepassing is, overtuigt de keuringsdierenarts zich met betrekking tot ter slachting aangeboden gestorven of in nood gedood slachtvee ervan dat zich met betrekking tot die dieren een besmettelijke veeziekte als eerder bedoeld niet heeft voorgedaan.
**3.** De keuringsdierenarts kan deze overtuiging ten aanzien van miltvuur bij daarvoor in aanmerking komend slachtvee dat is gestorven of in nood gedood, slechts krijgen, nadat microscopisch bloedonderzoek, dat in twijfelgevallen langs bacteriologische of serologische weg wordt aangevuld, heeft plaatsgevonden.
**4.** Alvorens wordt overgegaan tot het verder slachten van gestorven of in nood gedood slachtvee wordt het in het eerste lid bedoelde onderzoek uitgevoerd bij daarvoor in aanmerking komend slachtvee.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede
lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van
de Nederlandse Antillen in werking
treedt.
Hoofdstuk I › Afdeling III › Paragraaf E
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010