Ten aanzien van de invoer van vlees gelden de volgende regels:
het vlees voldoet aan de volgende voorwaarden:
het is geschikt voor menselijke consumptie;
het is afkomstig van dieren die zijn geslacht in een slachthuis dat is erkend;
het is goedgekeurd door een officiële dierenarts, tevens keuringsdierenarts;
het is op een hygiënische wijze behandeld en vervoerd;
het is voorzien van een keurmerk;
het gaat tijdens het transport vergezeld van een gezondheidscertificaat;
het vlees mag slechts stoffen, welke niet aan het vlees eigen zijn, bevatten voor zover zulks geen gevaar voor de volksgezondheid oplevert. De minister kan, de dierenartsgehoord, deze eis met betrekking tot een of meer stoffen nader omschrijven;
de volgende stoffen, welke niet eigen aan vlees zijn, mogen niet in vlees aanwezig zijn:
stoffen met hormonale, dan wel anti-hormonale werking;
antibiotica;
chemotherapeutica;
residuen van andere stoffen met hormonale, dan wel anti-hormonale werking, chemotherapeutica, antibiotica, antimonium, arsenicum, bestrijdingsmiddelen of andere stoffen die schadelijk zijn of er eventueel toe kunnen leiden dat de consumptie van het vlees gevaarlijk of schadelijk is voor de gezondheid van de mens;
vlees van dieren waaraan stilbenen, derivaten van stilbenen, zouten en esters daarvan, alsmede stoffen met thyreostatische werking zijn toegediend, alsmede vlees dat residuen van deze stoffen bevat;
vlees dat met ioniserende of ultraviolette stralen is behandeld, alsmede vlees van dieren waaraan malsmakers – ‘tenderisers’ – of andere producten die de samenstelling of de organoleptische eigenschappen kunnen wijzigen, zijn toegediend;
vlees van dieren, waarbij een of andere vorm van tuberculose is geconstateerd, of de aanwezigheid van een of meer levende of dode runder- of varkensblaaswormen, dan wel, voor zover het varkens betreft, van trichenen is geconstateerd;
vlees van te jonge dieren;
bloed;
gehakt of op overeenkomstige wijze verkleind vlees en separatorvlees;
vlees in stukken minder dan 100 gram;
koppen van runderen, alsmede delen van spieren en andere weefsels van de kop, met uitzondering van de tong en hersenen;
de toegestane tolerantie van residuen van Caesium 134 en 137 tezamen wordt vastgesteld op maximaal 600 Becquerel per kilogram.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede
lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van
de Nederlandse Antillen in werking
treedt.
Hoofdstuk I › Afdeling IV
Artikel 35
Artikel 35
Onderdeel van Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010