**1.** De vloeren van het slachthuis en de inrichtingen zijn vervaardigd van materiaal, dat vocht niet doorlaat of opneemt. Zij vertonen noch scheuren, noch onnodige verdiepingen en hebben zoveel helling, dat het spoel- en schrobwater, hetzij rechtstreeks, hetzij door open goten gemakkelijk kan wegvloeien naar met een afneembaar rooster gedekte en van stankafsluiting voorziene kolken, vanwaar het door een goed gesloten waterdicht buizenstelsel wordt weggevoerd naar de openbare riolering. Indien een dergelijke riolering niet aanwezig is of van aansluiting daarop door de minister, gehoord het hoofd van de hygiënische dienst, ontheffing is verleend, wordt het afvalwater geleid naar een put, welke buiten de inrichting is gelegen en zo is afgesloten, dat verspreiding van smetstof en van onaangename geuren wordt voorkomen. Lediging van deze putten vindt geregeld plaats op een tijdstip, dat in de bedrijfsruimten, gelegen in de onmiddellijke nabijheid, geen werkzaamheden worden verricht.
**2.** Het bepaalde omtrent de helling van de vloeren en de afvoer van spoel- en schrobwater is niet van toepassing op koel- en vriesruimten en op pekelkelders en vleeswinkels, indien het spoel- en schrobwater niet kan wegvloeien.
**3.** Het bepaalde omtrent het materiaal van de vloeren is niet van toepassing op vriesruimten.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede
lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van
de Nederlandse Antillen in werking
treedt.
Hoofdstuk I › Afdeling V › Paragraaf H
Artikel 49
Artikel 49
Onderdeel van Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010