Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I › Afdeling VI › Paragraaf P

Artikel 94

Artikel 94

Onderdeel van Regeling slacht- en vleeskeuring Bonaire· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Tenzij het betreft het vervoer van vlees van de slachterij naar het bedrijf van een slager of naar een vleeswinkel en dit vervoer niet langer dan één uur duurt, is het verboden vlees dat is goedgekeurd te vervoeren, indien de inwendige temperatuur van het vlees meer dan 7° Celsius bedraagt, met dien verstande dat, voor zover het slachtafvallen betreft, de inwendige temperatuur niet meer dan 3° Celsius bedraagt. Bij het vervoeren mag bezoedeling van het vlees niet plaatsvinden. 2. Het vlees, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend vervoerd: in geheel dichte, door middel van één of meer deuren, kleppen of deksels gesloten ruimten van wagens, welke voldoen aan de volgende eisen: de ruimte waarin vlees wordt vervoerd is geheel van de zitplaats van de bestuurder afgescheiden en is – met uitzondering van de ruimten – aan de binnenzijde geheel bekleed met niet-corroderend materiaal dat vrij van scheuren is; de bodem is goed gesloten, vrij van scheuren en niet voorzien van profileringen welke de reiniging door en de afvoer van spoel- en schrobwater belemmeren; deuren, kleppen en deksels, waarmede de wagens worden gesloten, zijn dusdanig geconstrueerd dat enkelvoudige verzegeling mogelijk is; indien het vlees hangend wordt vervoerd, zijn de daartoe gebruikte haken van niet-corroderend metaal vervaardigd en bevinden zich steeds in zindelijke toestand, terwijl het vlees niet met de bodem in aanraking komt; indien vlees niet hangend wordt vervoerd en niet is verpakt op de wijze, aangegeven in het zesde lid, wordt het: hetzij gelegd op een uitneembare, van niet-corroderend metaal vervaardigde onderlaag, welke op een afstand van minstens 5 centimeter boven de bodem van de wagen in gedeelten is aangebracht en met eenmaal te gebruiken schoon, vetdicht, onbedrukt wit of kleurloos papier of kunststof bedekt is. Deze gedeelten, waarvan de afmetingen in de rijrichting van de wagen niet meer dan 50 centimeter mag bedragen, mogen steunen op van niet-corroderend metaal vervaardigde klampen welke aan de wanden of aan de onderzijde van de onderlaag bevestigd zijn. Staan of lopen op de onderlaag is verboden; hetzij vervoerd in voorwerpen van niet-corroderend metaal, die geen scheuren vertonen en niet lekken, terwijl deze van zodanige constructie zijn dat bij stapeling het uitwendige niet in aanraking kan komen met vlees. Het uitwendige der voorwerpen is rein; het is verboden gehele geslachte dieren, halve dieren en vierendelen anders dan hangend te vervoeren, tenzij zij zijn bevroren of verpakt op de wijze, bedoeld in het zesde lid; in wagens welke niet aan de onder a genoemde eisen voldoen, in vaartuigen en in vliegtuigen, mits het vlees geheel verpakt is dan wel zich bevindt in voorwerpen die vervaardigd zijn van niet-corroderend materiaal, die geen scheuren vertonen en niet lekken en die afgesloten zijn met een goed sluitende deksel van hetzelfde materiaal, een en ander met inachtneming van het onder a, subonderdeel vi, gestelde. 3. De ruimten van de wagens, vaartuigen en vliegtuigen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, waarin vlees wordt vervoerd of geladen dan wel waaruit vlees wordt gelost, bevinden zich steeds in reine toestand. De atmosfeer daarin is fris, terwijl zich in die ruimten geen voorwerpen of zelfstandigheden op zodanige wijze bevinden, dat zij de geur of smaak van het vlees ongunstig kunnen beïnvloeden of verontreinigen of bederf van het vlees kunnen veroorzaken of bevorderen. 4. De in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde wagens zijn zowel aan de voor- als de achterzijde voorzien van een duidelijk leesbaar opschrift ‘vleesvervoer’ of ‘transportashon di karni’. 5. De in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde wagens worden niet gebruikt voor vervoer, opstalling of opslag van levende of dode dieren, niet zijnde vlees als bedoeld in het eerste lid, van haren, borstels of wol, van hoornen, hoeven of klauwen, van huiden of mest dan wel andere voorwerpen of zelfstandigheden welke ruiken, stinken of tot verontreiniging aanleiding kunnen geven. 6. Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder verpakking van vlees verstaan de omhulling van het vlees door een stof-, vet- en waterbestendig materiaal ter bescherming van het vlees tegen verontreiniging. Verpakkingsmateriaal dat meermalen gebruikt kan worden, is vóór hernieuwd gebruik telkens gereinigd en ontsmet. 7. De voor vleesvervoer te gebruiken wagens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en de door voor vleesvervoer te gebruiken voorwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdelen iv. en onderdeel b, zijn vóór het gebruik gereinigd en ontsmet en bevinden zich tijdens het vervoer in reine toestand. 8. In alle gevallen waar in dit artikel het aanwenden van niet-corroderend materiaal is voorgeschreven, wordt slechts metaal of door de keuringsdierenarts daarmee gelijk te stellen materiaal gebruikt dat in geen enkel opzicht de eigenschappen van vlees kan aantasten of voor de gezondheid van de mens schadelijke stoffen op het vlees kan overbrengen. 9. Personen, die vlees in- of uitladen of bij deze werkzaamheden behulpzaam zijn, dragen bij de aanvang van deze werkzaamheden schone kleding. Zij hebben schone handen, dragen een zindelijk licht gekleurd hoofddeksel, alsmede een zindelijke overall van witte kleur, terwijl indien zij over de overall een schort dragen, dit van in witte kleur uitgevoerde kunststof of een ander gemakkelijk te reinigen materiaal is vervaardigd. Een zindelijke nekbescherming wordt steeds gedragen, indien het vlees door de wijze van dragen met de nek in aanraking kan komen. De in vorige volzinnen bedoelde personen roken, pruimen of spuwen niet tijdens de daar bedoelde werkzaamheden. 10. De keuringsdierenarts kan voorschriften geven over de eisen waaraan de thermometer ter bepaling van de inwendige temperatuur van het vlees en van slachtafvallen voldoet en omtrent het gebruik ervan. 11. De keuringsdierenarts kan op aanvraag ontheffing verlenen van het in het eerste lid opgenomen voorschrift ten aanzien van de inwendige temperatuur van vlees en slachtafvallen. Een ontheffing wordt slechts verleend, indien de maximale duur van het vervoer het uur niet overschrijdt. Aan een dergelijke ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel