Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Sancties en maatregelen

Onderdeel van Regeling Urinecontrole gestichten BES· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Indien gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is vastgesteld, de gedetineerde weigert aan de urinecontrole mee te werken dan wel is gebleken dat de gedetineerde met het urinemonster heeft gefraudeerd, kan de gedetineerde een disciplinaire straf worden opgelegd. 2. Indien de gedetineerde na het verstrijken van de in artikel 3, vierde lid, gestelde termijn van vier uur nog geen urine heeft afgestaan, wordt dit gelijk gesteld met een weigering medewerking te verlenen aan de urinecontrole. 3. In afwachting van de uitslag van het herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek; wordt de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf opgeschort; wordt de besluitvorming dan wel de effectuering van een genomen besluit in het kader van de overplaatsing opgeschort; kan de effectuering van het verlof of strafonderbreking worden opgeschort. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel