**1.** Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet, is de vreemdeling die in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf, geldig voor het doel waar verblijf voor wordt gevraagd, geen leges verschuldigd.
**2.** Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen onderscheidenlijk verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet, is de vreemdeling die niet in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf geldig voor het doel waar verblijf voor wordt gevraagd, voor een verblijfsdoel als bedoeld in kolom I, het daarachter vermelde bedrag in kolom II onderscheidenlijk kolom III verschuldigd.
I. Verblijfsdoel
II. Verlening of wijziging
III. Verlenging
a. ‘gezinshereniging of gezinsvorming’
USD 196
USD 196
b. ‘verblijf ter adoptie of als pleegkind’
USD 65
USD 65
c. ‘het verrichten van arbeid in loondienst’
USD 326
USD 326
d. ‘het verrichten van arbeid als zelfstandige’
USD 922
USD 724
e. ‘voortgezet verblijf’
USD 196
USD 196
f. ‘verblijf als rentenier’
USD 922
USD 391
g. ‘wedertoelating’
USD 196
USD 196
h. ‘het volgen van studie’
USD 196
USD 196
i. ‘verblijf als stagiair’
USD 326
niet van toepassing
j. ‘verblijf als praktikant’
USD 326
niet van toepassing
k. ‘vervolging van mensenhandel’
USD 0
USD 0
l. ‘verblijf als investeerder’
USD 922
USD 391
m. ‘verblijf als vrijwilliger’
USD 326
USD 326
n. ‘verblijf als gepensioneerde’
USD 326
USD 326
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Artikel 4.1
Onderdeel van Regeling toelating en uitzetting BES· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026