De minister stelt een uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij:
de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
de gemeente waaraan de uitkering is verleend niet heeft voldaan aan de aan de uitkering gebonden verplichtingen, of
de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Regeling eenmalige uitkering planstudies en proefprojecten IKS· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 19 oktober 2010