Naar hoofdinhoud

Titel I › afdeeling Vijfde

Artikel 118

Artikel 118

Onderdeel van Faillissementswet BES· Insolventierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Wanneer de curator de betwisting heeft gedaan, wordt de loop van het rechtsgeding van rechtswege geschorst door het in kracht van gewijsde gaan van de homologatie van een akkoord in het faillissement, tenzij de stukken van het geding reeds tot het geven van eene beslissing aan den rechter zijn overgelegd, in welk geval de vordering, indien zij wordt erkend, geacht wordt in het faillissement erkend te zijn, terwijl ten aanzien van de beslissing omtrent de kosten van het geding de schuldenaar in de plaats treedt van den curator. 2. De schuldenaar kan bij exploit verklaren, dat hij het rechtsgeding overneemt achtervolgens de laatste gedingstukken in plaats van den curator. 3. Zoolang dit niet is geschied, heeft de wederpartij het recht den schuldenaar tot de overneming te dagvaarden. 4. Verschijnt de schuldenaar niet, dan is artikel 189 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES van toepassing. 5. Wanneer de betwisting is gedaan door een medeschuldeischer, kan het geding, nadat de homologatie van een akkoord in het faillissement in kracht van gewijsde is gegaan, door partijen worden voortgezet uitsluitend ten einde den rechter te doen beslissen over de proceskosten. Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel