Naar hoofdinhoud

Titel I › afdeeling Zesde

Artikel 155

Artikel 155

Onderdeel van Faillissementswet BES· Insolventierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Het bedrag, waarop geverifieerde schuldeischers, krachtens een erkend voorrecht, aanspraak kunnen maken, alsmede de kosten van het faillissement moeten in handen van den curator worden gestort, tenzij de schuldenaar deswege zekerheid stelt. Zoolang hieraan niet is voldaan, is de curator verplicht alle tot den boedel behoorende goederen en gelden onder zich te houden, totdat dit bedrag en de bedoelde kosten aan de daarop rechthebbenden zijn voldaan. 2. Wanneer na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis van homologatie ééne maand is verloopen, zonder dat van wege den schuldenaar de voldoening van een en ander is geschied, gaat de curator daartoe over uit de voorhanden baten des boedels. 3. Het bedrag in het eerste lid bedoeld, en het deel daarvan, aan ieder schuldeischer krachtens zijn recht van voorrang toe te kennen, wordt desnoodig door den rechter-commissaris begroot. Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel