Naar hoofdinhoud

Titel II › afdeeling Eerste

Artikel 221

Artikel 221

Onderdeel van Faillissementswet BES· Insolventierecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De surséance stuit den loop niet van reeds aanhangige rechtsvorderingen, noch belet het aanleggen van nieuwe. 2. Indien niettemin de rechtsgedingen blootelijk betreffen de vordering van betaling eener schuld, door den schuldenaar erkend, en de aanlegger geen belang heeft om vonnis te verkrijgen, teneinde rechten tegen derden te doen gelden, is de rechter bevoegd, na van de erkenning der schuld akte te hebben verleend, het uitspreken van het vonnis op te schorten tot na het einde der surséance. 3. De schuldenaar kan, voor zooveel betreft rechtsvorderingen, welke rechten of verplichtingen tot den boedel behoorende ten onderwerp hebben, noch eischende, noch verwerende in rechte optreden, zonder medewerking der bewindvoerders. Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel