Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Uitrustingregeling voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De korpsbeheerder kan een ambtenaar die beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 7.13 van de onderlinge regeling houdende kwaliteitseisen, opleidings- en trainingsvereisten politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, uitrusten met een politiespeurhond als bedoeld in het tweede tot en met zesde lid. 2. Uitrusting met een politiespeurhond menselijk geur geschiedt uitsluitend voor de speurtaak of geuridentificatietaak, voor zover de desbetreffende politiespeurhond voor die taak is gecertificeerd. 3. Uitrusting met een politiespeurhond explosieven geschiedt uitsluitend voor het opsporen van explosieven, vuurwapen en munitie. 4. Uitrusting met een politiespeurhond verdovende middelen geschiedt uitsluitend voor het opsporen van verdovende middelen. 5. Uitrusting met een politiespeurhond stoffelijke resten geschiedt uitsluitend voor het opsporen van stoffelijke resten van mensen. 6. Uitrusting met een politiespeurhond brandversnellende middelen geschiedt uitsluitend voor het opsporen van brandversnellende middelen. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel