Naar hoofdinhoud
1. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland treedt in overleg met de beleidsverantwoordelijke minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien naar zijn oordeel onvoldoende voortgang wordt gemaakt met de uitvoering van een implementatieplan, en een algemene maatregel van rijksbestuur of een rijkswet als bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Statuut, wordt overwogen. Het overleg is gericht op het alsnog uitvoeren van het implementatieplan binnen een redelijke termijn. 2. De uitvoering van een implementatieplan vordert in elk geval onvoldoende, indien de daarin gestelde termijnen voor uitvoering zijn overschreden en er geen gemotiveerde aanpassing van het implementatieplan is toegezonden conform artikel 4. 3. Alvorens een ontwerp van een algemene maatregel van rijksbestuur, of een rijkswet, als bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Statuut aan de raad van ministers van het Koninkrijk wordt voorgelegd, wordt het betreffende land door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland in de gelegenheid gesteld om terstond zelf de noodzakelijke implementatiemaatregelen te treffen. Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen I en II van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treden. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel