Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Buitenlandse stagiairs

Onderdeel van Loonheffingen, inkomstenbelasting, heffingsaspecten stagiairs· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 22 december 2010

Het komt regelmatig voor dat buitenlandse studenten via een Nederlandse (onderwijs)instelling stage lopen bij een in Nederland gevestigde stageverlener. Net als bij binnenlandse stagiairs moet de stageverlener in zo’n geval beoordelen in hoeverre hij loonheffingen moet inhouden. Hierna ga ik nader in op de situatie waarin een stageverlener in beginsel inhoudingsplichtig is voor de door een buitenlandse stagiair genoten stagebeloning (zie ook onder 2.1 en 2.2). Buitenlandse stagiairs maken veelal extra kosten welke verband houden met het verblijf buiten het land waar zij wonen. Deze kosten zijn in beginsel vrij te vergoeden. Ook hebben buitenlandse stagiairs vaak dermate geringe inkomsten dat geen inkomstenbelasting/premieheffing volksverzekeringen verschuldigd is. Ik acht, mede uit een oogpunt van doelmatigheid, de inhouding van loonheffingen in dergelijke situaties niet nodig. Daarom heb ik het volgende goedgekeurd. Zie voor de premieheffing werknemersverzekeringen tevens onderdeel 5 van dit besluit. Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de stageverlener inhouding van loonheffingen over beloningen aan buitenlandse stagiairs achterwege laat voor zover: het stagebeloningen betreft in de vorm van een vergoeding voor kosten van levensonderhoud (of gelijksoortige verstrekkingen in natura) of zakgeld; de stageverlener of de stagiair desgevraagd de kosten kan onderbouwen met nota’s en kwitanties; en de stagiairs voor niet langer dan zes maanden in Nederland verblijven, grotendeels (meer dan 50% van de voor werkzaamheden beschikbare tijd) voor het volgen van een opleiding en het doorlopen van een of meer stages. Als voor de stagiair geen tewerkstellingsvergunning verplicht is, dient de stagiair aan de stageverlener een verklaring over te leggen van de onderwijsinstelling waar de stagiair staat ingeschreven. Hierin moet vermeld staan welke opleiding de stagiair volgt en wat voor stage(s) hij doorloopt, inclusief een uitgewerkt stageprogramma. Informatie over de verplichting van een tewerkstellingsvergunning is verkrijgbaar bij de IND (zie ook: www.ind.nl). De stageverlener bewaart de verklaringen van de onderwijsinstellingen of de afschriften van de tewerkstellingsvergunningen bij de loonadministratie. De stageverlener doet na afloop van het kalenderjaar via het formulier Opgaaf van uitbetaalde bedragen aan een derde (voorheen de zogenoemde IB-47-kaarten) aan de Belastingdienst opgave van de aan stagiairs uitbetaalde bedragen. Ik keur goed dat de hiervoor bedoelde beloningen evenmin in de heffing van de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen worden betrokken, mits er geen andere inkomsten zijn. De hiervoor opgenomen goedkeuringen kunnen samenlopen met de goedkeuring die is opgenomen onder 2.2. In de andere situaties dan beschreven in 3.1 is de stageverlener in beginsel inhoudingsplichtig voor de door de buitenlandse stagiair genoten stagebeloning. Stagebeloningen van buitenlandse stagiairs, al dan niet in fictieve dienstbetrekking, kunnen in Nederland zijn vrijgesteld van belastingheffing op grond van specifieke bepalingen in de belastingverdragen die Nederland met andere staten heeft gesloten. De stageverlener moet in een dergelijk geval beoordelen welk verdrag van toepassing is en aan welk land de belastingheffing in dat verdrag is toegewezen. De stageverlener moet op basis van de internationale regelingen inzake sociale zekerheid beoordelen of hij premies volksverzekeringen moet inhouden. Zie Verordening (EG) nr. 883/2004 voor stages die aanvangen op of na 1 mei 2010. Stages die voor die datum zijn aangevangen kunnen mogelijk vallen onder het overgangsrecht van artikel 87, achtste lid, van Verordening (EG) nr. 883/2004, waardoor betrokkene onderworpen blijft aan de wetgeving die is vastgesteld op grond van titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71. Stagiairs met de nationaliteit van een lidstaat van de EU vallen onder de personele werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 883/2004. Stagiairs met de nationaliteit van een lidstaat van de EER, met de Zwitserse nationaliteit, of stagiairs met een zogenoemde derde nationaliteit die legaal verblijven op het grondgebied van een lidstaat, vallen vooralsnog onder de personele werkingssfeer van Verordening (EEG) nr.1408/71, voor zover zij zijn aan te merken als werknemer of student. Is op een stagiair een verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en een ander land van toepassing, dan geldt dat verdrag. Voor al deze internationale regelingen inzake sociale zekerheid geldt als hoofdregel dat het werkland wordt aangewezen en dat in Nederland premieheffing voor de volksverzekeringen moet plaatsvinden. Betrokkenen zijn dan verzekerd in Nederland. Is op de stagiair geen internationale regeling inzake sociale zekerheid van toepassing, dan bestaat op grond van de nationale Nederlandse wetgeving verzekeringsplicht voor de volksverzekeringen. Dit is niet het geval als sprake is van een fictieve dienstbetrekking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel