Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bezoldiging en ambtstoelage van een voorzitter van een waterschap

Onderdeel van Circulaire wijziging vergoedingen diverse leden bestuur waterschappen (2011)· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

Op grond van artikel 3.24 van het Waterschapsbesluit ontvangt een voorzitter van een waterschap een bezoldiging en kan hij op grond van artikel 3.26 van het Waterschapsbesluit een ambtstoelage ontvangen. Zowel de bezoldiging als de ambtstoelage zijn gerelateerd aan het maximum van schaal 18. Het bij die schaal behorende bedrag wijzigt als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijzigt. De op dit moment geldende arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het rijkspersoneel is overeengekomen voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2010. Op dit moment wordt overleg gevoerd over een nieuwe arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk. Als een dergelijke volgende overeenkomst wordt vastgesteld, informeer ik u over de gevolgen daarvan voor de bezoldiging en ambtstoelage van de voorzitter van een waterschap. Voor uw informatie meld ik u dat de bezoldiging voor een voorzitter van een waterschap per 1 april 2009 is vastgesteld op maximaal € 8.541,18 per maand (maximum schaal 18). De ambtstoelage van een voorzitter van een waterschap bedraagt per 1 april 2009 maximaal € 533,82 (maximaal 6,25% van het maximum van schaal 18).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel