Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 4

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Besluit buitengewone agenten van politie BES· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Een persoon beschikt over de bekwaamheid voor het uitoefenen van politiebevoegdheden, indien hij de daarvoor vastgestelde basiskennis en vaardigheden bezit. De bekwaamheid blijkt uit een met goed gevolg afgelegde toets of uit het met goed gevolg hebben doorlopen van een opleidingsprogramma waarmee Onze minister heeft ingestemd. 2. Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van categorieën buitengewone agenten van politie aanvullende bekwaamheidseisen voor de uitoefening van politiebevoegdheden worden gesteld. Onze Minister bepaalt daarbij of het voldoen aan die eisen blijkt uit het met goed gevolg hebben afgelegd van een examen waarmee hij heeft ingestemd of uit het met goed gevolg hebben doorlopen van een opleidingsprogramma waarmee hij heeft ingestemd. Het aanvullende opleidingsprogramma kan worden doorlopen na beëdiging. 3. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het vereiste in het eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, tweede volzin, indien de bekwaamheid op andere wijze blijkt. Bij het verlenen van de ontheffing kunnen aanwijzingen en voorschriften worden gegeven met het oog op het waarborgen van een voldoende niveau van bekwaamheid. 4. Ten aanzien van een ambtenaar van politie als bedoeld in het in het Europese deel van Nederland geldende artikel 3, eerste lid, onder a, van de Politiewet 1993 en een buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in het in het Europese deel van Nederland geldende artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, voor zover hem krachtens artikel 8, zevende lid, van de in het Europese deel van Nederland geldende Politiewet 1993 politiebevoegdheden zijn toegekend, wordt de bekwaamheid, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, aanwezig geacht, tenzij naar het oordeel van Onze Minister aanvullende bekwaamheidseisen noodzakelijk zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel