**1.** Bij wijziging van de titel van opsporingsbevoegdheid, de opsomming van de feiten tot welke opsporing de buitengewoon agent van politie ingevolge zijn titel bevoegd is en het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt, behoeven de eden, verklaringen en beloften niet opnieuw te worden afgelegd indien de akte van beëdiging overeenkomstig artikel 22 is aangepast.
**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, worden de afgelegde eden, verklaringen of beloften geacht te zijn afgelegd voor de opsporing van de feiten op het grondgebied genoemd in de gewijzigde akte van beëdiging.
Hoofdstuk 3
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Besluit buitengewone agenten van politie BES· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011