Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 41

Artikel 41

Onderdeel van Besluit buitengewone agenten van politie BES· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Buiten de gevallen bij dit besluit bepaald kan de buitengewoon agent van politie worden ontslagen op grond van: het verlies van een vereiste voor de aanstelling; een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de buitengewoon agent van politie onder curatele is gesteld; het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; een onherroepelijk geworden veroordeling tot een vrijheidsstraf wegens misdrijf; onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels of lichaamsgebreken; het bij of in verband met de aanstelling verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot aanstelling of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de buitengewoon agent van politie aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. 2. Een ontslag op grond van het eerste lid, onder a en e, wordt eervol verleend. 3. Een ontslag, bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder ingaan dan de dag volgende op die waarop de reden van het ontslag voor het eerst aanwezig was.

Rechtspraak bij dit artikel