**1.** Als degene aan wie het verzuim of het vergrijp te wijten is, is overleden, wordt aan hem geen bestuurlijke boete opgelegd.
**2.** Indien een bestuurlijke boete op het tijdstip van overlijden van degene aan wie het verzuim of het vergrijp te wijten is niet onherroepelijk vaststaat, vernietigt de inspecteur de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd op verzoek van een belanghebbende bij beschikking.
**3.** Indien een bestuurlijke boete op het tijdstip van het overlijden van degene aan wie het verzuim of het vergrijp te wijten is onherroepelijk vaststaat, maar nog niet of niet volledig is betaald, verlaagt de inspecteur op verzoek van een belanghebbende of uit eigen beweging de boete tot het op het tijdstip betaalde bedrag bij beschikking.
**4.** Het verzoek, bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk derde lid, wordt ingediend binnen vijf jaren nadat degene aan wie het verzuim of het vergrijp te wijten is, is overleden.
Hoofdstuk II › Titel 8 › Afdeling 2
Artikel 2.119
Artikel 2.119
Onderdeel van Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017