De Staat kan alleen een verzekering sluiten onder de volgende voorwaarden:
De verzekering
heeft een duur van ten hoogste vijfentwintig jaren; en
eindigt uiterlijk twintig jaren na het tijdstip waarop de investering volledig is gedaan of de lening volledig is betaald;
de verzekerde heeft een eigen risico van een bedrag ter grootte van tenminste twee procent van de geleden schade;
de vergoeding die aan de verzekerde ten hoogste wordt betaald:
gaat een bedrag ter grootte van tweehonderd procent van de aanvangswaarde van de investering of van de lening niet te boven;
bedraagt, voor zover een opbrengst onder de verzekering valt, ter vergoeding van deze opbrengst, onverminderd onderdeel i, niet meer dan twaalf procent, berekend per jaar waarin de opbrengst opeisbaar wordt, van de verzekerde waarde van de investering of de lening; geen opbrengst wordt vergoed die niet opeisbaar is;
de verzekering vervalt indien niet langer wordt voldaan aan de criteria om te kunnen spreken van een investering of een lening.
Artikel 4
Aan de verzekering te stellen eisen
Onderdeel van Regeling investeringsverzekeringen· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 23 april 2026