Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VIII › Titel 8 › Afdeling 3a

Artikel 8.116c

Griffierecht

Onderdeel van Belastingwet BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 30 juni 2015

1. Van de indiener van het beroepschrift in hoger beroep wordt ten behoeve van ’s Rijks schatkist een griffierecht geheven ten bedrage van USD 60. 2. De griffier wijst de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het griffierecht binnen zes weken na de verzending van zijn mededeling dient te zijn betaald aan het Hof. 3. Indien het griffierecht niet tijdig is betaald, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest. 4. Indien het Hof het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, vergoedt de inspecteur het door de indiener van het beroepschrift betaalde griffierecht. Zaken die op 29 juni 2015 aanhangig waren bij de Raad van Beroep voor belastingzaken gaan van rechtswege over naar het Gerecht in eerste aanleg.

Rechtspraak bij dit artikel