Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VIII › Titel 2 › Afdeling 1

Artikel 8.4

Aangifteplicht, heffing bij wege van aanslag

Onderdeel van Belastingwet BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Met betrekking tot belastingen welke bij wege van aanslag worden geheven, moet het aangiftebiljet binnen een door de inspecteur gestelde termijn van ten minste twee maanden na uitreiking van het biljet bij de inspecteur worden ingeleverd. 2. De inspecteur maant, na verloop van de in het eerste lid bedoelde termijn, de belastingplichtige aan binnen een door hem te stellen termijn van ten minste vijf werkdagen aangifte te doen, tenzij uitstel voor het doen van aangifte overeenkomstig artikel 8.6 is verleend. 3. Bij de inlevering van het aangiftebiljet wordt op verzoek een ontvangstbewijs afgegeven. 4. De belastingplichtige aan wie niet binnen zes maanden na het ontstaan van de belastingschuld een aangiftebiljet is uitgereikt, is gehouden binnen vijftien dagen na afloop van deze termijn de inspecteur te verzoeken een aangiftebiljet uit te reiken. 5. Het vierde lid is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat over dat tijdvak, na verrekening van voorheffingen, geen belasting verschuldigd is of geen aanslag zal worden opgelegd. Treedt in werking om 00:00 uur in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel