Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VIII › Titel 5 › Afdeling 3

Artikel 8.53

Verzet

Onderdeel van Belastingwet BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. De belastingschuldige kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangschrift in verzet komen. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangschrift voor zover deze door het verzet wordt bestreden. 2. Het verzet wordt betekend aan de ontvanger, die de betaling vervolgt en moet op straffe van nietigheid bevatten keuze van domicilie in de hoofdplaats op de BES eilanden, waar de ontvanger is gevestigd waaronder de belastingschuldige ressorteert. Eveneens op straffe van nietigheid moet binnen een maand na deze betekening het geding tegen de ontvanger worden aanhangig gemaakt. 3. Verzet kan niet gegrond zijn op het niet ontvangen van aanslagbiljet of aanmaning en kan nimmer gericht zijn tegen de wettigheid of de hoegrootheid van het gevorderde bedrag, noch gegrond zijn op de bewering dat aanspraak zou bestaan op ontheffing of vermindering. 4. Indien het verzet wordt afgewezen, is geen hoger beroep ontvankelijk dan na bewijs, dat de BES belasting is geconsigneerd in handen van de ontvanger, die de betaling vervolgt. Treedt in werking om 00:00 uur in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Rechtspraak bij dit artikel