Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VIII › Titel 5 › Afdeling 4 › Paragraaf 3

Artikel 8.60

Verjaring

Onderdeel van Belastingwet BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Belastingaanslagen verjaren vijf jaren na dagtekening van het aanslagbiljet of vijf jaren na de laatst betekende akte van vervolging. 2. De verjaring wordt gestuit door een erkentenis van de belastingschuldige, door woorden of door daden, van het bestaan van de belastingschuld. 3. De verjaringstermijn wordt verlengd met de tijd gedurende welke na de aanvang van die termijn: de belastingschuldige uitstel van betaling heeft; de tenuitvoerlegging van een dwangschrift is geschorst ingevolge een lopend rechtsgeding, met dien verstande dat de termijn waarmee de verjaringstermijn wordt verlengd een aanvang neemt op de dag waarop het rechtsgeding door middel van dagvaarding aanhangig wordt gemaakt; de belastingschuldige surseance van betaling heeft; de belastingschuldige in staat van faillissement verkeert; de belastingschuldige zich metterwoon niet op de BES eilanden bevindt. Treedt in werking om 00:00 uur in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Rechtspraak bij dit artikel