Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Wettelijk kader

Onderdeel van Circulaire herinrichting van diepe plassen· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 24 december 2010

Om grond en baggerspecie op grond van het Besluit bodemkwaliteit te mogen toepassen bij het herinrichten van een diepe plas moet worden voldaan aan elk van de volgende drie voorwaarden. De toepassing moet functioneel zijn (artikel 5 Besluit bodemkwaliteit). Het Besluit bodemkwaliteit is alleen van toepassing als de toepassing functioneel is. Een toepassing is alleen functioneel indien aan de volgende criteria is voldaan: bij het toepassen van afvalstoffen moet er sprake zijn van nuttige toepassing zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer2Dit artikel verwijst naar richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen (PbEU L 114), die in bijlage IIB een niet limitatieve opsomming van handelingen bevat die als nuttige toepassing van afvalstoffen worden aangemerkt.; er mag niet meer materiaal worden toegepast dan volgens gangbare maatstaven nodig is voor het functioneren van de toepassing; de toepassing moet volgens gangbare maatstaven nodig zijn op de plaats waar deze plaatsvindt of onder de omstandigheden waarin deze plaatsvindt. Het moet gaan om een toepassing die in artikel 35 van het Besluit bodemkwaliteit is genoemd. Bij het brengen van grond of baggerspecie in diepe plassen kan het bijvoorbeeld gaan om één van de volgende toepassingen: ophogingen in waterbouwkundige constructies en verondiepen en dempen van een oppervlaktewaterlichaam met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van artikel 4 van de Kaderrichtlijn water, de bevordering van de natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart (artikel 35, onder d, van het Besluit bodemkwaliteit); aanvullingen, waaronder mede wordt verstaan de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen, of met het oog op onderhoud en herstel (artikel 35, onder e, van het Besluit bodemkwaliteit). De grond en baggerspecie moet voldoen aan de kwaliteitseisen van het Besluit bodemkwaliteit. Het toetsingskader bepaalt de eisen die gelden. Er zijn drie toetsingskaders mogelijk: Het generieke toetsingskader voor algemene toepassingen; Het gebiedsspecifieke toetsingskader voor de algemene toepassing; Het toetsingskader voor grootschalige toepassingen. Tevens moet worden voldaan aan de zorgplicht van artikel 7 van het Besluit bodemkwaliteit. De Handreiking bevat aanvullende informatie voor het bevoegd gezag over het toepassen van grond en baggerspecie bij het herinrichten van diepe plassen die van belang is voor de beoordeling of de toepassing voldoet aan de zorgplicht. Dit wordt hierna toegelicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel