Ten aanzien van uitgaven in verband met onroerende zaken die deel uitmaken van het vermogen van het bedrijf van een ondernemer en door de ondernemer zowel voor de activiteiten van het bedrijf als voor zijn privégebruik of voor het privégebruik van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden worden gebruikt en waarvoor op basis van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 zoals dat luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet recht op volledige of gedeeltelijke aftrek is ontstaan, blijft die bepaling van toepassing zoals die luidde vóór dat tijdstip.
Artikel II
Artikel II
Onderdeel van Wijzigingswet Wet op de omzetbelasting 1968 (implementatie Richtlijn 2009/162/EU (implementatie Technische Herzieningsrichtlijn))· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011