Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.12

Artikel 2.50

Artikel 2.50

Onderdeel van Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Voor de uitvoer van goederen als bedoeld in artikel 3.80, eerste lid, van de wet wordt aangifte tot tijdelijke uitvoer gedaan, onder bijvoeging van een exemplaar van de vergunning, die op grond van de vrijstellingsregeling is vereist. In de aangifte wordt melding gemaakt van de datum en het nummer van de vergunning. 2. De ambtenaren treffen zonodig identiteitsmaatregelen met het oog op de wederinvoer van de goederen. Artikel 2.48, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 3. De ambtenaren, belast met de controle van de aangifte, stellen aantekening van hun bevindingen op de aangifte. 4. De ambtenaren, belast met het toezicht op het uitgaan van de goederen, zenden het uitvoerdocument ten behoeve van de controle op de nakoming van de voorwaarden van de vergunning naar de ambtenaren belast met de administratieve controle. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel