Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.13

Artikel 2.54

Artikel 2.54

Onderdeel van Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Indien voor de tijdelijke invoer met vrijstelling geen vergunning is vereist, wordt voor de toepassing van de vrijstelling een aangifte gedaan, onder vermelding van de regeling waarvan de toepassing wordt verzocht. 2. De ambtenaren onderwerpen de aangifte aan verificatie, teneinde vast te stellen of overeenstemming bestaat tussen de omschrijving van de goederen in de aangifte en die in de desbetreffende vrijstellingsregeling. 3. Artikel 2.48, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. 4. De ambtenaren, belast met de controle van de aangifte, stellen aantekening van hun bevindingen op het invoerdocument en stellen dit document vervolgens ter hand aan de aangever. 5. Indien de vrijstellingsregeling er in voorziet dat mondeling aangifte kan worden gedaan, vindt het vorenstaande overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aangever geen melding behoeft te maken van de vindplaats van de regeling waarvan hij de toepassing verzoekt. De inspecteur wijst de aangever er op onder welke voorwaarden de vrijstelling wordt verleend, in het bijzonder met betrekking tot de voorgeschreven bestemming en de termijn van uitvoer. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel