Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.14

Artikel 2.57

Artikel 2.57

Onderdeel van Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Voor goederen als bedoeld in artikel 3.86 van de wet wordt aangifte tot tijdelijke uitvoer gedaan als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onderdeel b, van de wet. 2. De ambtenaren, belast met de controle, treffen zonodig identificatiemaatregelen met het oog op de wederinvoer van de goederen. Een exemplaar van het op de aangifte afgegeven document wordt aan de aangever in handen gesteld, teneinde dit bij de aangifte tot wederinvoer te kunnen overleggen als bewijs van herkomst uit het vrije verkeer. 3. Voor de wederinvoer van goederen als bedoeld in het eerste lid wordt aangifte ten invoer gedaan. 4. Indien een vergunning is vereist, wordt een exemplaar van de vergunning bijgevoegd. In de aangifte wordt in dat geval melding gemaakt van de datum en het nummer van de vergunning. 5. Indien geen vergunning is vereist, wordt in de aangifte de regeling vermeld waarvan de toepassing wordt verzocht. 6. De inspecteur controleert de aangifte teneinde vast te stellen of overeenstemming bestaat tussen de omschrijving van de goederen in de aangifte en eventueel in de vergunning en hetgeen zij over de aard en de hoedanigheden van de goederen bij controle bevinden. 7. Indien de inspecteur een verschil vaststelt, kan hij, afhankelijk van de aard van het verschil, de vrijstelling weigeren of de aangifte doen wijzigen. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel