Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.18

Artikel 2.69

Artikel 2.69

Onderdeel van Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. De veiligheidsnormen van de aanvrager, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel e, van het besluit, worden passend geacht indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: de gebouwen, die voor de door de vergunning te dekken activiteiten worden gebruikt, zijn gemaakt van materialen, die verhinderen dat onbevoegden zich hiertoe onrechtmatig toegang kunnen verschaffen; passende toegangscontrolemaatregelen zijn genomen om onrechtmatige toegang tot verzendingsruimten, los- en laadkades en los- en laaddekken te voorkomen; maatregelen zijn genomen om het toevoegen, omwisselen of wegnemen van materialen of andere manipulaties van de goederen bij het laden, lossen, de op- en overslag te voorkomen; indien van toepassing, procedures gelden voor de behandeling van in- en/of uitvoervergunningen die verband houden met verboden en beperkingen en om goederen van elkaar te onderscheiden; de aanvrager maatregelen heeft genomen om zijn handelspartners duidelijk te kunnen identificeren met het oog op de veiligheid van de internationale toeleveringsketen; de aanvrager onderwerpt sollicitanten voor veiligheidsgevoelige functies aan veiligheidsonderzoeken, voor zover de wetgeving dit toelaat, en verricht regelmatig achtergrondcontroles; en de aanvrager ziet erop toe dat de betrokken werknemers actief aan programma’s inzake veiligheidsbewustzijn meewerken. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel