Vrijstelling van de heffing van invoerrechten voor goederen als bedoeld in artikel 3.72, eerste lid, aanhef en onderdeel j, van de wet, wordt verleend indien:
ten genoegen van de inspecteur wordt aangetoond dat de financiering van de goederen voor rekening van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een internationale organisatie komt; en
uit de aard en de hoeveelheid van de goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane-
en Accijnswet BES in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking
treedt.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.1
Artikel 3.7
Artikel 3.7
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011