**1.** Een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats die ook vergunninghouder is van één of meer andere accijnsgoederenplaatsen kan op verzoek in afwijking van artikel 4.36, tweede lid, van de wet, één aangifte voor die plaatsen tezamen doen indien:
de administratie van de desbetreffende accijnsgoederenplaatsen op één centrale plaats wordt gevoerd; en
de centrale administratie en de administratieve organisatie van de desbetreffende accijnsgoederenplaatsen zodanig is dat het toezicht op de heffing is gewaarborgd en uit de administratie op duidelijke wijze blijkt op welke accijnsgoederenplaats de onderscheiden posten van die aangifte betrekking hebben.
**2.** De toestemming voor toepassing van het eerste lid wordt opgenomen in de vergunningen voor de desbetreffende accijnsgoederenplaatsen. Daarbij kunnen aanvullende voorwaarden worden opgenomen over het doen van de verzamelaangifte en de wijze waarop de administratie en de administratieve organisatie van de desbetreffende accijnsgoederenplaatsen zijn ingericht.
**3.** Op de toestemming zijn de artikelen 4.26 tot en met 4.33 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane-
en Accijnswet BES in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking
treedt.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.2
Artikel 4.7
Artikel 4.7
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011