**1.** In deze regeling wordt verstaan onder werkkleding:
kleding, met inbegrip van schoeisel, die gedurende het uitoefenen van de dienstbetrekking of gedurende bepaalde perioden daarvan, moet worden gedragen en die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend daarvoor geschikt is; of
kleding, met inbegrip van schoeisel, waarvan het gebruik gedurende het uitoefenen van de dienstbetrekking of gedurende bepaalde perioden daarvan, zodanig is dat privé-gebruik daarna geheel of nagenoeg geheel niet mogelijk is.
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt kleding die niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om gedurende het uitoefenen van de dienstbetrekking of gedurende bepaalde perioden daarvan te dragen, als werkkleding aangemerkt indien:
de kleding is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de inhoudingsplichtige gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70 vierkante centimeter en
deze beeldmerken onlosmakelijk aan de kleding zijn aangebracht.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt een kledingsstuk, dat een onlosmakelijk onderdeel is van de werkkleding, als werkkleding aangemerkt. Het is daarbij niet relevant of vorengenoemd onderdeel van de werkkleding in het privé-leven gedragen zou kunnen worden.
Treedt in werking om 0.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Regeling werkkleding 2001 BES· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011