**1.** Instellingen die zijn aangewezen in het kader van deze paragraaf kunnen aanvullend subsidie ontvangen voor concerten die voldoen aan de voorwaarden uit artikel 6.5, eerste en tweede lid, maar die niet plaatsvinden op het podium maar buiten de eigen locatie en daar herkenbaar zijn als onderdeel van de programmering van de betreffende instelling.
**2.** De subsidie per concert bedraagt nooit meer dan 50% van het totaal van de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor Nederlandse bands na verhoging met € 400,–, tenzij dit meer dan € 1.000 is, in welk geval de subsidie maximaal € 1.000,– per concert bedraagt.
**3.** De subsidie per concert is gelijk aan het verschil tussen de betaalde uitkoopsommen of brutogages voor alle bands verhoogd met € 400,– en de gerealiseerde inkomsten uit entreegelden met inachtneming van het in het tweede lid opgenomen maximum.
**4.** Het fonds kan een concert als niet-subsidiabel aanmerken als de betaalde gage niet redelijk is.
**5.** Aan een aangewezen instelling wordt in het kader van dit artikel nooit meer dan € 2.500 subsidie per kalenderjaar verstrekt.
Paragraaf 6
Artikel 6.8
Tijdelijke uitbreiding
Onderdeel van Deelregeling programmeringssubsidies Fonds Podiumkunsten· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 22 december 2014