Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Verlofregeling TBS· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014

1. De aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof geschiedt schriftelijk en kan worden gedaan indien er omstandigheden zijn in de persoonlijke levenssfeer van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde, die zijn aanwezigheid op een plaats buiten het FPC, om redenen van humanitaire aard, noodzakelijk maakt. 2. Op een aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof is artikel 2, met uitzondering van het zesde lid, onder b, niet van toepassing. 3. In de aanvraag voor een machtiging tot incidenteel verlof geeft het hoofd FPC aan welke beveiliging en begeleiding hij noodzakelijk acht. 4. Bij de afweging of een machtiging tot incidenteel verlof wordt verleend, betrekt de Minister de belangen van slachtoffers en hun omgeving, van het door de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde gepleegde delict. Wijziging is herplaatst. Artikel II van Stcrt. 2014/1581 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Artikel II van Stcrt. 2014/1581 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel