Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › § 7

Artikel 1.7.11

Artikel 1.7.11

Onderdeel van Regeling aanspraken zorgverzekering BES· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016

1. Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel g, omvatten: electro-akoestische hoortoestellen voor persoonlijk gebruik, in gewone dan wel bijzondere uitvoering, bestemd om op of aan het menselijk lichaam te worden gebezigd ter verbetering van een gestoord gehoor, alsmede gehoorlepels of gehoorslangen die het geluid via mechanische weg versterken en de verschaffing en vervanging van oorstukjes, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 4, van de bijlage bij deze regeling; ringleidingen, bestaande uit een snoer en versterker met zo nodig een tafelmicrofoon dan wel infraroodapparatuur of FM-apparatuur voor geluidsoverdracht, bestaande uit een ontvanger en een zender, al dan niet met inductiespoel of hoofdtelefoon, of in kinbeugel-uitvoering, met zo nodig een tafelmicrofoon, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 5, van de bijlage bij deze regeling; een maskeerder ter behandeling van ernstig oorsuizen alsmede verschaffing en vervanging van oorstukjes. 2. Als een bijzondere uitvoering van een elektro-akoestisch hoortoestel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt beschouwd: een cros-uitvoering; een bicros-uitvoering; een beengeleider-uitvoering; een uitvoering met één ingebouwde microfoon en twee aansluitingen; een uitvoering met één uitwendige microfoon en één aansluiting; een uitvoering met één ingebouwde microfoon, één uitwendige microfoon en één aansluiting. 3. Indien de aanschaffingskosten van een hoortoestel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hoger zijn dan $ 1100 en een toestel voor de eerste keer wordt verstrekt, dan wel korter dan zes jaar geleden aan de verzekerde is verstrekt, betaalt de verzekerde van zestien jaren of ouder een bijdrage ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dit bedrag. 4. Indien de aanschaffingskosten van een hoortoestel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hoger zijn dan $ 1200 en een toestel langer dan zes, maar korter dan zeven jaren geleden aan de verzekerde is verstrekt, betaalt de verzekerde van zestien jaren of ouder een bijdrage ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dit bedrag. 5. Indien de aanschaffingskosten van een hoortoestel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hoger zijn dan $ 1300 en een toestel zeven jaren of langer geleden aan de verzekerde is verstrekt, betaalt de verzekerde een bijdrage ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dit bedrag. Voor een verzekerde van jonger dan zestien jaren geldt de gebruiksduur van zeven jaren of langer geleden niet. 6. Indien sprake is van een hoortoestel in cros-, bicros- of beengeleideruitvoering, opgenomen in een brilmontuur, wordt het bedrag, genoemd in het derde, vierde en vijfde lid, vermeerderd met $ 85.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel