**1.** Kraamzorg ten huize van de verzekerde, verleend door een kraamverzorgende onder verantwoordelijkheid van de huisarts of de verloskundige, of door een organisatie die het verlenen van kraamzorg ten doel heeft, omvat verzorging van moeder en kind gedurende ten minste 24 en ten hoogste 49 uren, verdeeld over ten hoogste zes weken, te rekenen vanaf de dag van de bevalling.
**2.** Kraamzorg in een kraaminrichting of in een ziekenhuis zonder opnemingsindicatie als bedoeld in artikel 1.3.11, omvat verzorging, verpleging en verblijf van moeder en kind gedurende ten hoogste drie dagen, te rekenen vanaf de dag van de bevalling.
**3.** Vervallen.
**4.** Op de kraamzorg, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaat aanspraak voor zover moeder en kind, gelet op hun behoefte, daarop naar het oordeel van de in het eerste lid bedoelde huisarts, verloskundige of organisatie, redelijkerwijs zijn aangewezen.
**5.** Indien de verzekerde gedurende een deel van de periode, bedoeld in het eerste lid, verblijft in een ziekenhuis op grond van een opnemingsindicatie als bedoeld in artikel 1.3.11, behoudt zij op de resterende kraamzorg, bedoeld in het eerste lid, aanspraak.
Hoofdstuk 1 › § 9
Artikel 1.9.1
Artikel 1.9.1
Onderdeel van Regeling aanspraken zorgverzekering BES· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024