**1.** De kapinrichting is zodanig uitgevoerd dat in ieder geval:
de kabel onder alle omstandigheden snel geheel kan worden doorgesneden;
de kabel na het doorsnijden niet verward of geklemd kan raken tussen delen van de lier;
het bedieningspersoneel geen gevaar loopt tijdens het doorsnijden van de kabel.
**2.** De lierman moet vanaf zijn standplaats onmiddellijk en duidelijk kunnen waarnemen of de kapinrichting al dan niet geblokkeerd is.
**3.** De in rust zijnde, gespannen kabel bevindt zich altijd op een afstand van ten minste 5 mm ten opzichte van enig deel van de kapinrichting.
**4.** De lierman kan de kapinrichting vanaf zijn standplaats gemakkelijk en snel in werking stellen door middel van een daartoe op de bedieningshefboom uit te oefenen kracht van maximaal 150 N.
**5.** De slag van de bedieningshefboom bedraagt ten hoogste 30 cm.
**6.** De veiligheidsfactor tegen blijvende vervorming, die bij de sterkteberekening van de bedieningsinrichting verplicht gebruikt is, bedraagt 6.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Kapinrichting
Onderdeel van Regeling technische voorschriften voor lieren, sleepauto’s en sleepkabels· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 8 maart 2011