Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Indieningstermijn en -frequentie

Onderdeel van Regeling informatieverstrekking pensioenfondsen BES· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 12 maart 2011

1. Een pensioenfonds verstrekt de in artikel 2.1 bedoelde kwartaalstaten met de volgende frequentie aan de Bank: staat K101, gegevens betreffende de dekkingsgraad: elk kalenderkwartaal; staten K201 tot en met K205, gegevens betreffende de specificatie van de beleggingen: elk kalenderkwartaal; staat K401, premiegegevens over het nieuwe jaar: elk vierde kalenderkwartaal; staten K500 tot en met K502, gegevens betreffende de toepassing van een herstelplan: elk vierde kalenderkwartaal; staat K601, indexatiegegevens: elk vierde kalenderkwartaal; staat K602, gegevens betreffende de kenmerken van de door het pensioenfonds uitgevoerde pensioenregeling of pensioenregelingen: elk vierde kalenderkwartaal; of, in geval van wijziging van de door het pensioenfonds uitgevoerde pensioenregeling of pensioenregelingen: elk kalenderkwartaal. 2. Het fonds waarborgt dat de in artikel 2.1 bedoelde gegevens uiterlijk dertig werkdagen na afloop van het desbetreffende kalenderkwartaal zijn ontvangen door de Bank.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel