Per 1 januari 2011 is een nieuwe fiscale regeling ingevoerd; de zogenaamde werkkostenregeling die voortvloeit uit de Fiscale vereenvoudigingswet 2010 (Stb. 2010, 611). Deze werkkostenregeling vervangt m.i.v. 1 januari 2011 het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen.
In paragraaf 2 wordt ingegaan op verschillende aspecten van deze fiscaaltechnische exercitie.
Bij mijn circulaire van 9 december 2010 met als onderwerp ‘Wijziging van de vergoeding van een lid van het algemeen bestuur, informatie over bezoldiging en eindejaarsuitkering van een lid van het dagelijks bestuur en informatie over de bezoldiging, de ambtstoelage en de eindejaarsuitkering van een voorzitter’, heb ik u (onder ‘Algemene informatie’) gewezen op de invoering van deze werkkostenregeling. Daarbij heb ik tevens aangegeven dat er een algemene maatregel van bestuur in voorbereiding was, waarmee de rechtspositiebesluiten van politieke ambtsdragers zodanig zouden worden gewijzigd dat het voor waterschappen lokaal mogelijk is om voorzieningen van hun politieke ambtsdragers gelijktijdig met die van hun ambtenaren aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel binnen de werkkostenregeling.
Op 4 januari 2011 is deze algemene maatregel van bestuur gepubliceerd als het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 (Stb. 2011, 5). Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2011. De in dit besluit genoemde bedragen zijn de bedragen die golden voor het jaar 2010. Deze bedragen zijn voor 2011 gewijzigd bij ministeriële regeling van 14 december 2010 (Stcrt. 2010, 20751). De in de ministeriële regeling van 14 december 2010 opgesomde bedragen die per 1 januari 2011 gelden, zijn echter afhankelijk van de keuze van de gemeente om al dan niet de werkkostenregeling toe te passen (waarover meer in paragraaf 2). Hierover bent u onlangs ook geïnformeerd door de Unie van Waterschappen.
Met de werkkostenregeling is voor de inhoudingsplichtige voor de loonbelasting (in casu het waterschap) een grotere flexibiliteit mogelijk om aan al haar werknemers (en daarmee ook de politieke ambtsdragers) vergoedingen en verstrekkingen te geven zonder dat zij daar fiscale gevolgen van ondervinden. Kort gezegd, kunnen bepaalde vergoedingen en verstrekkingen worden aangemerkt als eindheffingsbestanddeel en is er sprake van een forfaitaire vrijstelling. Pas als het bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen boven die vrijstelling uitkomt, moet de werkgever belasting betalen over dat gedeelte dat boven de forfaitaire vrijstelling uitkomt.
Declaraties in de zin van uitgaven in opdracht en voor rekening van de werkgever, waar de kosten zijn voorgeschoten door de werknemer (de zogenaamde ‘intermediaire kosten’) blijven buiten de sfeer van de loonbelasting. Dat gold al als zodanig en dat verandert niet door deze werkkostenregeling.
Tot 1 januari 2014 heeft een waterschap elk kalenderjaar de keuzemogelijkheid om niet de werkkostenregeling toe te passen, maar het regime te blijven uitvoeren dat gold tot en met 2010.
In paragraaf 2a wordt ingegaan op deze keuzemogelijkheid en op de situatie dat het waterschap nog niet kiest voor de werkkostenregeling.
In paragraaf 2b wordt de fiscale behandeling van vergoedingen en verstrekkingen uiteengezet voor voorzitters van een waterschap, leden van het dagelijks bestuur en leden van het algemeen bestuur. Ook hier wordt onderscheid gemaakt tussen de situatie dat het waterschap wel heeft gekozen voor de werkkostenregeling en de situatie dat dit (nog) niet is gebeurd.
Verder wordt de aandacht gevestigd op een aantal andere wijzigingen dat eveneens uit het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 voortvloeit:
het vervallen van de gratificatie van voorzitters van een waterschap per 1 januari 2015;
aanpassing procedure ingeval van ziekte van de voorzitter van een waterschap.
In paragraaf 3 wordt op genoemde twee onderwerpen nader ingegaan. Er zijn meer wijzigingen in het besluit opgenomen, maar deze hebben veelal een technisch karakter.
Over de nadere regels ten aanzien van de verrekening van neveninkomsten met de Appa, die ook in genoemd Besluit zijn opgenomen, informeer ik u separaat.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Circulaire Werkkostenregeling Appa, vervallen gratificatie voorzitter en aanpassing procedure bij ziekte voorzitter· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011