De minimumbemanning van motorschepen en duwboten bestaat uit:
Groep
Bemanningsleden
Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze
A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1 of S2
A1
A2
B
S1
S2
S1
S2
S1
S2
1
L ≤ 70 m
schipper
stuurman
volmatroos
matroos
lichtmatroos
1
–
–
1
–
2
–
–
–
–
2
–
–
1
11
2
–
–
–
2 1'2
2
70 m < L ≤ 86 m
schipper
stuurman
volmatroos
matroos
lichtmatroos
1 of 1
– –
1 –
– 1
– 1
1
–
–
1
1
2
–
–
–
11
2
–
–
2
–
2
–
–
1
1
3
L > 86 m
schipper
stuurman
volmatroos
matroos
lichtmatroos
1 of 1
1 1
– –
1 –
– 2
1
1
–
–
1
2
–
–
1
11
2
–
–
–
21
2 of 2
1 13
– –
2 1
– –
2
1
–
1
1
1 De lichtmatroos of één van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.
2 Eén van de lichtmatrozen moet ouder zijn dan 18 jaar.
3 De stuurman moet houder zijn van een Rijnpatent of Uniekwalificatiecertificaat schipper. Een specifieke vergunning als bedoeld in artikel 13.01, eerste lid, onderdeel b is niet vereist.
De voorgeschreven matrozen overeenkomstig de in het eerste lid genoemde tabel mogen door lichtmatrozen worden vervangen die de minimumleeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.
De voorgeschreven minimumbemanning overeenkomstig de onder 1 genoemde tabel, kan
in groep 1, exploitatiewijze B, Standaard S2,
in groep 2, exploitatiewijze A1, Standaard S2, en
in groep 3, exploitatiewijze A1, Standaard S1 en exploitatiewijze A2, Standaard S2
voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een gereduceerde bemanning moeten door een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. De eerste zin, onderdeel a en het tweede alternatief van onderdeel c zijn slechts van toepassing wanneer gedurende de tijd dat de ene lichtmatroos een schippersschool bezoekt, de tweede lichtmatroos aan boord is. Deze bepalingen gelden niet voor de lichtmatroos zoals bedoeld in het tweede lid.
Deel III › Hoofdstuk 19
Artikel 19.02
Minimumbemanning van motorschepen en duwboten
Onderdeel van Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 4 mei 2023