De Commissie van Deskundigen bepaalt voor de vaartuigen waarop de artikelen 19.02 tot en met 19.04 niet van toepassing zijn (zoals sleepboten, sleepschepen en drijvende werktuigen) naar gelang hun afmetingen, bouwwijze, inrichting en benutting, welke bemanning zich tijdens de vaart aan boord moet bevinden.
Ten aanzien van bunkerschepen, die slechts op korte riviergedeelten ingezet mogen worden, kan de Commissie van Deskundigen een minimumbemanning voorschrijven die afwijkt van artikel 19.02.
De Commissie van Deskundigen schrijft deze aantekeningen in onder nummer 48 van het binnenschipcertificaat.
Deel III › Hoofdstuk 19
Artikel 19.06
Minimumbemanning van overige vaartuigen
Onderdeel van Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 4 mei 2023